In Mierlo vinden deze week de Europese
kampioenschappen jodo en iaido plaats.
Krijgers uit vijfentwintig
landen
bestrijden elkaar in het schijngevecht.
Hieeh......hieeh. Krijgers in
kimono-achtige jurken trekken luid
kreunend ten strijde in de sporthal in
Mierlo.
De mannen, en een enkele vrouw, ogen
vervaarlijk, misschien zelfs wel
moordlustig. Het is veelal schijn, een
essentieel onderdeel van de Europese
kampioenschappen jodo en iaido die deze
week in De Brug plaatsvinden.
Jodo en iaido zijn eeuwenoude met
rituelen doorspekte Japanse
gevechtskunsten. Bij het jodo gaat de
deelnemer met een stok in zijn hand het
schijngevecht aan met een leraar die een
houten nepzwaard
hanteert. Het iaido is
een individueel zwaardgevecht in, jawel,
het luchtledige. In Nederland zijn
ongeveer
zeshonderd beoefenaars van deze
aan Kendo verwante sporten.
Eindhovenaar Simon Kim-Liong Kwee (30)
is een van hen. Hij raakte een jaar of
tien geleden verslingerd aan
het Japanse
zwaardgevecht. Zijn vader, fan van Bruce
Lee, legde daarvoor waarschijnlijk al
vroeg de
voedingsbodem. Kwee, van Chinees-Indonesische afkomst, studeerde
Japans in Leiden ('ik wilde ook iets
anders leren dan wat ik van thuis had
meegekregen') en kwam tijdens een
uitwisseling in het land van de
rijzende
zon in aanraking met iaido. De heersend
Nederlands kampioen komt morgen in de
mudan-klasse
(krijgers zonder dan-graad)
in actie met zijn semi-scherpe zwaard.
Want ook al is er tijdens zijn
uitvoering
geen tegenstander te
bekennen, hij zou zichzelf kunnen
verwonden. De echte scherpe jongens,
zoals het
samoeraizwaard waarmee Beatrix Kiddo (Uma Thurman) in Quentin
Tarantino's film Kill Bill haar
tegenstanders
afslacht, zijn uitsluitend
voor vergevorderden.
In beide artistieke sporten, waarbij
beoefenaars ingestudeerde patronen
uitvoeren, draait het niet alleen om
techniek. Etiquette en respect staan
hoog in het vaandel. "En je moet jezelf
kunnen beheersen", weet Kwee.
"Dat is
niet altijd even gemakkelijk. Je moet
stoppen voordat je iemand echt raakt. De
mensen die naar het
gevecht kijken
moeten wel het gevoel krijgen dat het
echt is. Een zekere mate van agressie is
daarbij
noodzakelijk, anders lijkt het
op dansen. "
Praktisch gebruik is niet relevant.
Persoonlijke ontwikkeling daarentegen
des te meer. Hoe hoger de dan-graad,
des
te meer de krijger moet weten van de
geschiedenis en de filosofie achter de
technieken.
Nuenenaar André Schiebroek (51), trainer
bij Ren Bu Kan in Eindhoven, heeft de
zesde dan in beide disciplines.
Het
aspect van karaktervorming is voor hem
erg belangrijk. "Als je over straat
loopt moeten mensen door je
hele houding
al het idee krijgen: 'daar kan ik beter
maar omheen lopen'."
Agressieve blikken schieten door de
sporthal in Mierlo. Is het dan allemaal
louter schijn? Schiebroek: "Het is en
blijft natuurlijk een ingestudeerd
gevecht. Maar ik heb wel een keer
meegemaakt dat ik de laatste slag had
toegebracht en dacht: 'als je nu nog
durft te bewegen dan sla ik je
hartstikke dood."

